Golftermen Frans-Nederlands
abri schuilplaats
accès toegang
aire de jeu door de baan
air-shot air-shot
améliorer verbeteren
attention!/balle! fore!
aplanir egaliseren/glad maken
approche approach
arbre boom
balle de golf golfbal
balle provisoire provisionele bal
birdie (oiselet) birdie
bogey bogey
bois hout
branche tak
brindille takje/twijgje
bunker
d’entraînement oefenbunker
bunker,fossé de
sable, plage bunker
capuchon head cover
carnet de 10
entrées 10 rittenkaart entrée
carte 10 seaux ballenkaart 10 emmertjes
carte de score scorekaart
carte verte GVB
casser breken
chariot trolley
chariot compris
avec le green fee/greenfee incl. trolley
chaussure de golf/golfschoen
chemin pad,weg
chiffre cijfer
chip chip
chipping green chipping green
club (canne) club
clubhouse, chalet/clubhuis
col hals
compter tellen
coup slag
courber buigen
couvert overdekt
danger gevaar
départ afslagplaats
déplacer verplaatsen
détritus rommel afval
divot (motte
de gazon) divot
drapeau vlag
dropper droppen
eau fortuite tijdelijk water
eau latérale lateraal water
effacer uitwissen
en cas d’orage in geval van onweer
enlever weghalen
erreur de balle verkeerde bal
étang vijver
fairway (piste
de jeu,
route franche,
allée) fairway
fer ijzer
feuille blaadje
fossé sloot greppel
frapper slaan
gant de golf golfhandschoen
givre rijp van ijs
glace ijs
golf golf
grandes herbes hoog gras
green vert putting green
green-fee couple/greenfee echtpaar
green/vert
d´entraînement oefengreen
green-fee
individuel greenfee 1 persoon
grillage afrastering
handicap handicap
haute/
basse saison hoog/laag seizoen
hors limite out of bounds
jalonner afbakenen, richting geven aan
jeton pratice muntjes (ballen)
jeu spel
(in)jouable (on)speelbaar
jouer au golf golfen
joueur speler
lac meer
laisser passer doorlaten
ligne lijn
ligne de putt puttinglijn
location verhuur
longueur lengte
manche shaft
marquer markeren
mer zee
mesurer meten
mouvement
d’essai oefenswing
neige sneeuw
nettoyer schoonmaken
niveler le sable het zand vlak maken
obstacle d’eau waterhindernis
ouvert toute
l´année, sauf het hele jaar open, behalve
parking parkeerplaats
pénalité strafslag
pente,
en pente helling, schuin
perdre verliezen
pierre steen
piquet paaltje
pitch
(marque
d’impact) pitch
poche opbergzak
poignée grip, handvat
pointe punt
porte-parapluie/paraplukoker
poser plaatsen
poste de
practice afslagplaats
prendre
l’honneur de eer hebben
prévenir waarschuwen
priorité voorrang
putter,
fer droit putter
quitter verlaten
rapide snel
règle regel
règles locales locale regels
relever oprapen
réparer herstellen
replacer terugleggen
replaquer weer platdrukken
rivière rivier
rouge, jaune,
bleu,
blanc, noir rood, geel, blauw, wit, zwart
rough rough
ruisseau beek
sac de golf golftas
sangle schouderriem
se situer z ich bevinden
secrétariat secretariaat
sol grond
surface oppervlakte
té, tee tee
terrain de golf/ golfbaan
terrain en
réparation ground under repair
tête hoofd, kop
tomber vallen
toucher (aan)raken
trace spoor
transgresser overtreden
trou/trou en
un hole hole in one
types de
bâtons de golf/
série soorten golfclubs/golfset
vallonné heuvelachtig
verifier checken
voiturette de
golf électrique/
golfette elektrisch golfkarretje
wedge (cocheur)wedge
week-end/fin
de semaine weekend
© interculture.nl

